Mulder Tulips historie


Vierde generatie


Een chronologische terugblik op de geschiedenis van het bedrijf leert dat met Pieter en Teun Mulder de vierde generatie aan het roer staat. Wat het bedrijf voor het bollenvak vrij uniek maakt is dat de basis gelegd werd in Kennemerland, het bedrijf op een gegeven moment verkaste naar het Noordelijk Zandgebied om uiteindelijk terecht te komen in de Noordoostpolder. Dat overkomt niet veel collega-vakgenoten en heeft ongetwijfeld te maken met de expansiedrift die het bedrijf altijd gekenmerkt heeft als onderdeel van de bedrijfsfilosofie.

Het Begin


1906 Grondlegger van het bedrijf overgrootvader Nardus Mulder en vrouw Marijtje in perceel gladiolen bestemd voor bloemenveiling.


Het begon allemaal in 1906 toen Bernard (Nardus) J. Mulder aan de Maerten van Heemskerckstraat 21 in Heemskerk een bloembollenkwekerij-en handel startte na voor die tijd bij Gerbrand Kieft in Limmen gewerkt te hebben. Met zijn inschrijving bij de KvK ging zijn wens een eigen kwekerij op te bouwen in vervulling. Nardus Mulder begon met twee tuinen van elk 1 ha en huurde land bij op Noorddorp en Castricum. Op een gegeven moment teelde hij 9 ha tulpen, narcissen, irissen, krokussen en ander bijgoed, maar hij kocht ook bollen op in de Egmonden, Heiloo en zijn geboorteplaats Limmen. Bollen van uitmuntende kwaliteit en tóp voor Amerikaanse export. In het begin van de twintiger jaren stapte ook zoon Piet in het bedrijf en werd de kraam verder uitgebouwd.

Tegenspoed


Er volgden echter ook jaren van tegenspoed. Dat begon met de strenge winter van 1929 die grote schade in de bollenkraam aanrichtte, gevolgd door de crisis in de jaren dertig. De spanningen, veroorzaakt door het ontbreken van een goed handelsreglement (afnemers die bijvoorbeeld bollen ongezien retour stuurden, bezorgden Nardus Mulder menig maagoperatie. De onvoorwaardelijke steun van echtgenote Marijtje en de kracht en inzet van zoon Piet maakten dat ook deze episode overleefd werd. De 2e wereldoorlog zette daarna echter alles op z’n kop. Zoon Piet zag zich genoodzaakt over te schakelen van bloembollen op erwten, bonen, winterpeen, aardappels et cetera, maar hield ook een kraampje bollen aan voor ‘later’.

Na de oorlog


2e generatie Opa Piet handmatig aan het bollenrooien met zoon Ben.


Na de oorlog werd de bollenkraam langzaam weer uitgebreid, maar er waren ook grote veranderingen op til. Er ontstond grote behoefte aan woonruimte en de tuinen van de bollenkwekers in Heemskerk werden opgeofferd voor de woningbouw. Piet Mulder verkaste noodgedwongen naar de Luttic Cie waar een nieuwe woning annex schuur verrees. In 1954 kwam zoon Ben in het bedrijf en in de daaropvolgende 8 jaar werd onder de firmanaam P.J. Mulder & Zn verder gebouwd aan een gezond familiebedrijf van zo’n 3 ha. Heemskerk was echter ‘vol’ en steeds meer agrarische gronden werden aan hun agrarische bestemming onttrokken. In navolging van enkele Heemskerkse kwekers, besloten Piet en Ben Mulder de focus op de kop van Noord-Holland te richten. De keus viel op Breezand.

In 1962 werd vol goede moed geplant op het nieuwe bedrijf in Breezand, deels op gedraineerd land, deels op greppelland. Toen volgde de winter van ‘62-’63, één van de strengste uit de geschiedenis. Het IJsselmeer lag dicht en men kon per auto over het ijs naar de Friese overkant. Het greppelland bleek relatief goed door de winter heen gekomen te zijn, maar het gedraineerde deel was dramatisch. De vorst zat zelfs ónder de drains, meer dan 1 meter in de grond.

Betere tijden


3e generatie Vader Ben aan het bollenplanten 1962 met rupstrekker.


Na deze klap kwamen betere tijden. De mechanisatie deed zijn intrede en dat was in die tijd een hele omwenteling. Er werd voor het eerst geplant met een 4-rijige Excelsior-plantmachine , getrokken door een rupstrekker. Ook werd de eerste rooimachine aangeschaft, een 2-rijige Allround, later gevolgd door de volbed-rooimachine, getrokken door een MF 35 X.

n 1974 besloot vader Piet uit het bedrijf te stappen en zette Ben het bedrijf voort met zijn jongere broers Joop en Peter en zwager Wim. Een nieuwe ontwikkeling vormde de intrede van de kuubkist waarmee de kratten en manden verdwenen. Al snel volgde ook een kuubkistenrooimachine, tractor met hefmast en een heftruck voor het interne transport Zo nam de mechanisatie steeds verdere vormen aan en konden de stijgende kosten in de hand gehouden worden. Ondertussen breidde het bedrijf zich gestaag uit in de Wieringermeer en Julianadorp. Eind 1970 bedroeg de oppervlakte tulpen, narcissen, irissen, krokussen en gladiolen zo’n 35 ha. Rond 1978 werd besloten het bedrijf in tweeën te splitsen. Joop en Peter gingen samen door, terwijl Ben en zwager Wim het bedrijf aan de Meerweg voortzetten met circa 17 ha. Inmiddels was ook duidelijk dat het steeds moeilijker werd om geschikt bollenland bij te huren. De prijzen per ha stegen door de expanderende lelieteelt tot recordhoogten en land aankopen was nauwelijks verantwoord. Om toekomstgericht te kunnen blijven werken -de beide zoons van Ben, Pieter en Teun hadden al aangegeven, dat ze in de bollen wilden- zou aan grootschaliger teelt niet te ontkomen zijn. In 1983 werd besloten het bedrijf aan de Meerweg te verkopen en “het ruime sop” te kiezen richting Noordoostpolder met als visie: grote partijen telen met relatief lage kostprijs.

Aan de Hopweg 62-54 in Rutten werden van de dienst Domeinen twee boerderijen aangekocht. De bijbehorende kavels waren helaas niet te koop, maar er was wél legio land te huur. In aanvang werden circa 30 ha tulpen, 5 ha irissen en 20 ha gladiolen geteeld en dat leverde meteen een topjaar op. Wel vormde het uit Breezand meegebrachte machinepark een probleem. Deze bleek van meetaf te licht voor de zwaardere poldergronden en moest in rap tempo vervangen worden. De rooimachine werd ingeruild voor een getrokken Amac en later door een zelfrijdende Amac. Om te kunnen blijven voldoen aan de Amerikaanse en Japanse exporteisen verscheen op het bedrijf ook een grote Van Dijke-spoelmachine. Sindsdien heeft de spoelerij een belangrijke plaats ingenomen in de keten en is deze in de loop der jaren verder geperfectioneerd. De zorg in verband met fusarium nam overigen wél toe.

Jong bloed


Na het afronden van de Middelbare Tuinbouwschool in Hoorn deden eerst Pieter en twee laar later Teun hun intrede in het bedrijf. In 1994 namen zij het bedrijf over. Een jaar later werd aan de Hopweg 62 een nieuwe schuur met koel- en bewaarfaciliteiten in gebruik genomen. De gladiolenteelt was intussen uit het teeltplan verdwenen en de tulpenteelt uitgebreid tot circa 90 ha, bestaande uit grote partijen bulkrassen die snel en efficiënt verwerkt konden worden. In deze periode werd de visie op het te voeren teeltbeleid bijgesteld. De kosten stegen en de focus werd gericht op nieuwe rassen met een hoger rendement. De Apeldoorns, Lustige Witwes en Attila’s verdwenen stap voor stap. In plaats daarvan kwam een gedeelte contractteelt en werd de kraam in een rustig tempo verbeterd. In 2003 werd de bestaande werkruimte aan de Hopweg 54 vergroot tot de huidige situatie en werd tevens een nieuwe kantine met toiletten en douches bijgebouwd, zodat de Tsjechen en Polen in het seizoen verantwoord verwelkomd kunnen worden. Het was tevens het jaar waarin twee kavels aan de Uiterdijkenweg werden aangekocht om voor een deel te kunnen voorzien in de landbehoefte. Ten behoeve van de vruchtwisseling wordt een areaal suikerbieten verbouwd en wordt grasland geruild met veeboeren voor bollenland.

Bij het 100-jarig bestaan vermeldt het teeltplan 82 ha tulpen, 2 ha narcissen en 6 ha bieten. De kraam is in de loop der jaren echter ingrijpend veranderd. Bestond deze in het verleden uit de teelt van grote oppervlakten bulksoorten om de kostprijs laag te houden, na de overname van het bedrijf door Teun en Pieter is men zich meer gaan richten op een hogere kwaliteit (de subtop) met kleinere partijen, al omvatten deze nog steeds zo’n 3 ha per soort. In totaal omvat het teeltplan zo’n 27 soorten, waaronder Dynasty, World Expression, Daytona, Gabriëlla, Bolroyal Dream, Charmeur, Louvre, Cilesta, Black Jack, Bright Parrot en Love Parrot. Ofschoon het bedrijf –zowel in het verleden als het heden- heel wat ups en downs heeft gekend heeft het “ten allen tijde samen er voor gaan” door de jaren heen een belangrijke rol gespeeld. Ook vandaag de dag is fa. Mulder een familiebedrijf, waarin zowel de mannen als de vrouwen ieder verantwoordelijkheden dragen. Het blijkt een krachtbron binnen team Mulder, dat ieder de taak op zich neemt in het bedrijf, waar hij of zij kwaliteiten heeft liggen. Daarmee heeft de fa. Mulder de stormen van de afgelopen 100 jaar met succes doorstaan. Daarbij gerekend worden op de inzet van een jong, enthousiast team medewerkers. Met zoveel kwaliteiten in het bedrijf vertrouwen de Mulders erop ook in de toekomst een kwalitatief hoogwaardig eindproduct te kunnen blijven leveren. Het logo is in 2007 aangepast in Mulder Tulips. Sinds het jubileum is een website onder deze naam te vinden. Op deze site zal o.a. ons sortiment te zien zijn.

De Toekomst


Huidige generatie Pieter en Geraldine, Teun en Ria in een perceel Purple Lady.


Voor de toekomst ziet het bedrijf als kans dat zich nieuwe markten aandienen, zoals ’t voormalige Oostblok en China. Als het hen economisch wat beter voor de wind gaat, zullen ze graag bloemen kopen. "Ik weet dat ze daar gek zijn op tulpen" Er zijn echter ook bedreigingen, zoals het veranderende klimaat met zijn extreme hitte en zware regenval. Daar kunnen bollen niet goed tegen. Teun en Pieter zien voor de toekomst van het bedrijf mogelijkheden in nieuwe tulpensoorten. Teun: "Groeikrachtige cultivars, die resistent en sterk zijn, bieden de kans om kwalitatief goede bollen op de markt te brengen. Omdat we een steeds beter broeisortiment krijgen, vinden we het mooi om een deel van ons sortiment in samenwerking met een broeier op de veiling te brengen. We doen dit inmiddels een aantal jaren, en we hebben daardoor veel kennis opgedaan, die we toepassen op de teelt van onze bollen. We kunnen beter meedenken met onze klanten; en zo kunnen we broeiers een nog beter product leveren of adviseren.